Rijstvelden voor vulkaan in Centraal-Java, Indonesië.

De beste informatie over vulkanen in het Nederlands

Vesuvius is een actieve stratovulkaan aan de westkust van Italië. Deze vulkaan bevindt zich ten zuidoosten van Napels, in de regio Campanië. De Vesuvius is het meest bekend van de eruptie (met een VEI van 5) die plaatsvond in 79 na Christus. Bij deze eruptie werden de Romeinse steden Pompeii en Herculaneum verwoest en bedolven onder een metersdikke laag as. Hierbij kwamen naar schatting 3.500 tot 16.000 mensen om het leven. Dat maakt deze eruptie tot één van de dodelijkste vulkaanrampen uit de oudheid.

Kaart van Italië, die de ligging van vulkaan Vesuvius toont. De rode vulkaan aan de westkust van Italië ten zuidoosten van Napels stelt de locatie van vulkaan Vesuvius voor.
Kaart van Italië, die de ligging van vulkaan Vesuvius toont. De rode vulkaan aan de westkust van Italië ten zuidoosten van Napels stelt de locatie van vulkaan Vesuvius voor.

De vulkaan heeft een hoogte van ongeveer 1.281 meter en is daarmee de op één na hoogste vulkaan van Italië, na de Etna. Vesuvius ligt boven een convergente plaatgrens, waar de Afrikaanse plaat onder de Euraziatische plaat subduceert.

Het gebied rond Vesuvius wordt tegenwoordig beschouwd als het meest dichtbevolkte vulkanische gebied ter wereld. In de bredere regio wonen ongeveer 3 miljoen mensen binnen het risicogebied. Waarvan circa 600.000 mensen in de directe “rode zone” wonen, met de hoogste kans op pyroclastische stromen. De combinatie van explosief eruptiegedrag en hoge bevolkingsdichtheid maakt dat Vesuvius vaak wordt genoemd als één van de gevaarlijkste vulkanen ter wereld.

Foto van Mount Vesuvius. Het gebied rondom Mount Vesuvius is dicht bevolkt. Aan de voet van de vulkaan bevindt zich namelijk de dichtbevolkte stad Napels.
Foto van Mount Vesuvius. Het gebied rondom Mount Vesuvius is dicht bevolkt. Aan de voet van de vulkaan bevindt zich namelijk de dichtbevolkte stad Napels.

Kenmerken van Vesuvius

Vesuvius valt onder het vulkaan type stratovulkaan. Vulkanen van dit type zijn opgebouwd uit lagen van gestolde lava afgewisseld met lagen pyroclastisch materiaal (tefra) zoals as en stenen.

De eruptiestijl van Vesuvius wordt gekenmerkt door een opeenvolging van explosieve pliniaanse erupties. Deze gaan gepaard met hoge eruptiekolommen en pyroclastische stromen. Vesuvius heeft de neiging om perioden van relatieve rust af te wisselen met korte, zeer krachtige erupties. Waarvan de eruptie in 79 na Christus de laatste was.

Geologische geschiedenis

Vesuvius maakt onderdeel uit van het Somma-Vesuvius vulkanische complex. Dit complex bestaat uit de oudere vulkaan Mount Somma, waarvan de vulkanische activiteit teruggaat tot ongeveer 400.000 jaar geleden. De huidige caldera van Mount Somma ontstond door instorting van de magmakamer bij een grote eruptie die circa 17.000 tot 18.000 jaar geleden plaatsvond. Binnen deze caldera is de jongere centrale kegel genaamd Vesuvius ontstaan. Dit type vulkaan, waarbij een jongere kegel wordt omsloten door een oude calderawand, staat sindsdien bekend als een “somma‑vulkaan”.

De huidige vorm van de vulkaan Vesuvius werd grotendeels gevormd tijdens (en na) de beroemde explosieve uitbarsting van Vesuvius in 79 na Christus. Vesuvius is onderdeel van de Campaniaanse vulkanische boog, samen met andere vulkanen zoals Campi Flegrei en Ischia.

Foto van Somma-Vesuvius complex. Op deze foto is goed te zien dat Mount Vesuvius (centraal op de foto) wordt omsloten door Mount Somma.
Foto van Somma-Vesuvius complex. Op deze foto is goed te zien dat Mount Vesuvius (centraal op de foto) wordt omsloten door Mount Somma.

Eruptieve geschiedenis

Vesuvius kent een lange eruptieve geschiedenis met explosieve plinische erupties en pyroclastische stromen. Rond 1800 vóór Christus vond de Avellino eruptie plaats met een geschatte kracht van VEI 6, waarbij verschillende nederzettingen uit de bronzen eeuw onder een dikke laag as kwamen te liggen.

Sinds de beroemde en verwoestende uitbarsting in het jaar 79 zijn er ruim 50 erupties geregistreerd. Een grote eruptie vond plaats in 1631 (VEI 4), waarbij ruim 3.000 dodelijke slachtoffers vielen en vulkanische as tot wel 1.200 kilometer verderop neerregende (waaronder in Constantinopel, het hedendaagse Istanbul).

De laatste eruptie vond plaats in 1944. Daarbij werden meerdere dorpen verwoest. Hoewel de vulkaan sindsdien weinig activiteit vertoont, blijft het risico van een plotselinge, explosieve eruptie groot door de enorme bevolkingsdichtheid.

De eruptie van 79 na Christus

In het jaar 79 na Christus vond de verwoestende en zeer bekende eruptie van de Vesuvius plaats. Deze eruptie bracht het Somma-Vesuvius complex naar zijn huidige vorm. De precieze datum van de eruptie is niet met zekerheid vastgesteld.

Lange tijd werd aangenomen dat de eruptie plaatsvond 24 augustus. Archeologische en natuurwetenschappelijke aanwijzingen (zoals herfstvruchten, kleding, windpatronen, munten en een houtskoolgraffito) wijzen op een latere, waarschijnlijk herfstachtige datum rond eind oktober.

De ooggetuige Plinius de Jongere beschreef deze eruptie nauwkeurig vanuit zijn verblijfplaats 35 km verderop. Het Plinische eruptie type is naar hem vernoemd. Zijn nauwkeurige verslag van deze eruptie beschrijft voor het eerst het karakteristieke eruptiegedrag van dit type erupties.

Zo weten we dat de eruptie ongeveer 18 tot 20 uur duurde. De eruptiekolom reikte meer dan 32 kilometer hoog en bestond uit een wolk van steen, as en gassen. Lava en vulkanische as werden met een snelheid van 600.000 kubieke meter per seconde de lucht in geslingerd. Wat ongeveer 100.000 keer meer thermische energie vrijmaakte dan de atoombommen op Hiroshima en Nagasaki. Pyroclastische stromen overspoelden meerdere steden, waarbij de slachtoffers vooral aan de enorme hitte en verstikking bezweken.

Voorschokken

De vulkaanuitbarsting van Mount Vesuvius werd voorafgegaan aan een krachtige aardbeving 17 jaar eerder, in het jaar 62. Deze aardbeving leidde tot schade rondom de Golf van Napels en van Pompeii in het bijzonder. Ten tijden van de uitbarsting van Mount Vesuvius was een deel van deze schade nog steeds niet gerepareerd.

Een andere kleinere aardbeving vond plaats in 64 na Christus. De Romeinen raakten gewend aan kleine aardschokken in de regio. In de dagen voorafgaand aan de eruptie in 79 vonden enkele kleine aardbevingen plaats. In de loop van de dagen kwamen deze aardbevingen steeds frequenter voor. Dat dit voortekenen waren van een aanstaande eruptie werd door de Romeinen niet herkend.

Vesuvius vóór de eruptie van 79 na Christus

Vlak vóór de eruptie was de omgeving van Vesuvius dichtbevolkt, met vruchtbare hellingen die bedekt waren met wijngaarden en akkers. De vruchtbare vulkanische bodem maakte het gebied aantrekkelijk voor landbouw en handel. Waardoor veel dorpen en kleinere steden in de directe omgeving van de vulkaan lagen. Pompeii was in de eerste eeuw een welvarende stad aan de rivier de Sarno, dicht bij de kust en aan de voet van de vulkaan.

Schattingen van de bevolkingsomvang van Pompeii in 79 variëren van 10.000 tot 25.000. De bevolkingsomvang van Herculaneum is geschat op ongeveer 5.000 inwoners ten tijde van de eruptie.

Eruptie van 79 na Christus

De verwoestende eruptie van Vesuvius in het jaar 79 is op te delen in twee fasen. Tijdens de eerste fase werd een hoge eruptiekolom (aswolk) gevormd, gevolgd door zware asregens. De tweede fase werd gekenmerkt door extreem dodelijke pyroclastische stromen.

Eerste fase: pliniaanse eruptie

De eerste fase bestond uit een pliniaanse eruptie die 18 tot 20 uur duurde. Tijdens de eruptie werd ongeveer 4 km3 vulkanisch materiaal de lucht in geslingerd. Deze veroorzaakte een zware asregen van puimsteen en fijne vulkanische as. Vanwege de heersende windrichting vooral ten zuiden en zuidoosten van de vulkaan. Waardoor onder meer Pompeii werd bedolven.

Kaart van de omgeving van Mount Vesuvius ten tijde van de eruptie in 79. De zwarte wolk stelt de verspreiding van as voor.
Kaart van de omgeving van Mount Vesuvius ten tijde van de eruptie in 79. De zwarte wolk stelt de verspreiding van as voor.

Pompeï

In Pompeii bereikte deze puinafzetting een hoogte van ongeveer 3 meter. De witte as die bij deze eruptie vrijkwam bestond voornamelijk uit leuciet en fonoliet (klanksteen). Onder de metersdikke laag as bleef deze stad vrijwel intact bewaard. Enkele naburige steden en dorpen onderingen een vergelijkbaar lot.

Uit onderzoek naar het vulkanische gesteente dat in Pompeii is afgezet, is geconcludeerd dat de as een temperatuur had van ongeveer 800–850 °C toen het de krater van de Vesuvius verliet. Het gesteente was afgekoeld tot 300–350 °C tegen de tijd dat het de stad bereikte.

Illustratie van de eruptie van Mount Vesuvius in 79 na Christus, gezien vanuit Pompeii. Bron: "Pompeii: The Last Day" (BBC)
Illustratie van de eruptie van Mount Vesuvius in 79 na Christus, gezien vanuit Pompeii. Bron: “Pompeii: The Last Day” (BBC)

Tweede fase: pyroclastische stromen

De tweede fase van de uitbarsting werd gedomineerd door meerdere pyroclastische stromen die zich in verschillende richtingen uitbreidden (vooral naar het westen en noordwesten). Één van deze stromen kwam zelfs tot aan Misenum. Twee pyroclastische stromen bereikten Pompeii, verwoestten de stad en zorgden voor snelle verbranding en verstikking van de achterblijvers. In deze tweede fase van de uitbarsting kamen slachtoffers vooral om door extreme hitte en verstikking.

Herculaneum

Herculaneum ligt dichter bij de krater dan Pompeii en werd dankzij de windrichting aanvankelijk relatief gespaard van zware asregens. De stad werd later echter bedolven onder circa 20–23 meter pyroclastische afzettingen, wat een uitzonderlijk dikke begraving vormt. Archeologisch onderzoek laat zien dat veel slachtoffers zijn blootgesteld aan zeer hoge temperaturen. Wat aansluit bij het beeld van plotselinge, dodelijke pyroclastische stromen.

Plinius de Jongere

De eruptie van 79 is uitvoerig beschreven door Plinius de Jongere, die de gebeurtenissen observeerde vanuit Misenum, ongeveer 35 km van de vulkaan. Zijn verslag bestond uit twee brieven die Plinius de Jongere zo’n 25 jaar na de eruptie schreef aan de historicus Tacitus. Ze vormen het enige overgebleven betrouwbare verslag van een ooggetuige.

“Ik kan u geen exactere beschrijving geven van hoe het eruit zag, dan door het te vergelijken met een pijnboom; omdat het omhoog schoot tot een grootte hoogte in de vorm van een zeer hoge stam, die zich aan de bovenkant uitstrekte tot een soort takken. (…) Het leek soms helder en soms donker en gevlekt, alsof het meer of minder gevuld was met aarde en as.” (Bron: Sixth Book of Letters, Letter 16)

Zo beschreef Plinius de Jongere de eruptiekolom van Mount Vesuvius in een van zijn brieven aan de historicus Tacitus. Volgens huidige schattingen moet de eruptiekolom meer dan 32 km hoog zijn geweest.

Zijn beschrijving in deze brieven gaf aanleiding tot de term “pliniaanse eruptie” voor dit eruptietype met hoge, langdurige eruptiekolommen. Plinius beschreef onder meer de aardschokken, de paddenstoelvormige kolom, de vallende as, de duisternis overdag en de hete wolken die langs de hellingen naar beneden raasden. Een verschijnsel dat tegenwoordig wordt herkend als een pyroclastische stroom.

Slachtoffers van de eruptie

Het is niet bekend hoeveel mensen precies omkwamen bij de eruptie van Mount Vesuvius. Schatting van het aantal slachtoffers variëren tussen 3.500 tot 16.000 mensen. Tot nu toe zijn er 1.500 lichamen teruggevonden.

In en rond Pompeii zijn ongeveer 1.150 overblijfselen van lichamen of afdrukken van lichamen in de as afzettingen gevonden. De overblijfselen van ongeveer 350 lichamen zijn gevonden in Herculaneum. Het aantal opgegraven lichamen zal echter een grote onderschatting zijn van het totaal aantal dodelijke slachtoffers van deze eruptie.

Gipsen afgietsels van slachtoffers (in Pompeï) van de eruptie van de Vesuvius in 79 na Christus.
Gipsen afgietsels van slachtoffers (in Pompeï) van de eruptie van de Vesuvius in 79 na Christus.

Achtendertig procent van de gevonden slachtoffers in Pompeii lag in asafzettingen. Vooral binnenshuis, waar zij vermoedelijk stierven door instortende daken. Buiten stierven mensen waarschijnlijk door vallende dakpannen en grotere uitgeworpen stenen (zogenaamde vulkanische bommen). De overige 62% werd aangetroffen in pyroclastische afzettingen1 en kwam waarschijnlijk om door pyroclastische stromen, vooral door verstikking en de impact van rondvliegend puin, terwijl hoge temperaturen in Pompeii zelf minder doorslaggevend lijken te zijn geweest.

Herculaneum (dat veel dichter bij de krater ligt) werd door de windrichting gespaard voor zware asregens, maar raakte bedolven onder ongeveer 23 meter pyroclastisch materiaal. Daar wijzen verkoold hout en skeletsporen op dood door extreme hitte en thermische shock voor de meeste slachtoffers.

Na de eruptie van 79 na Christus

Pompeii en Herculaneum zijn nooit herbouwd. Hoewel overlevenden van de ramp en plunderaars uitgraving ondernamen na de verwoesting. De uitbarsting van de Vesuvius veranderde de loop van de Sarno Rivier en verhoogde het strand. Waardoor Pompeii niet meer aan de rivier noch aan de kust lag. De locatie van deze kleine steden werd uiteindelijk vergeten, totdat deze per ongeluk werden herontdekt in de 18e eeuw.

Vesuvius zelf onderging grote veranderingen als gevolg van de eruptie. De hellingen werden ontdaan van vegetatie en de top van de vulkaan is aanzienlijk veranderd door de kracht van de eruptie.

Latere erupties van Vesuvius: van de 3e tot de 20e eeuw

Sinds de eruptie van 79 is Mount Vesuvius ruim 50 keer tot uitbarsting gekomen. Vesuvius was actief in de 10e eeuw. Aan het einde van de 13e eeuw doofde de activiteit uit. Mount Vesuvius werd in de daarop volgende jaren net als vroeger bedekt met wijngaarden. Gedurende deze periode was zelfs de krater gevuld met struikgewas.

In december 1631 onderging Mount Vesuvius een nieuwe en behoorlijk destructieve fase. Een grote eruptie begroef vele dorpen onder lavastromen, waarbij ongeveer 3.000 mensen om het leven kwamen.

In de periode hierna was Mount Vesuvius behoorlijk actief met erupties in 1660, 1682, 1694, 1698, 1707, 1737, 1760, 1767, 1779, 1794, 1822, 1834, 1839, 1850, 1855, 1861, 1868, 1872, 1906, 1926, 1929, and 1944. Rustintervallen tussen erupties vanaf de late middeleeuwen tot de 20e eeuw varieerden van ongeveer 1,5 tot 8 jaar.

Bij de eruptie van 1906 kwamen meer dan 100 mensen om het leven en kwam de grootste hoeveelheid lava van Mount Vesuvius vrij die ooit is waargenomen.

Schilderij van de eruptie van Mount Vesuvius in 1822, gezien vanuit Napels. De eruptiekolom kwam ongeveer 14 km hoog.
Schilderij van de eruptie van Mount Vesuvius in 1822, gezien vanuit Napels. De eruptiekolom kwam ongeveer 14 km hoog.

Eruptie Vesuvius in 1944

De laatste eruptie vond plaats in 1944, tijdens de Tweede Wereldoorlog. Van 6 januari tot 23 februari 1944 verschenen er lavastromen op de helling van Mount Vesuvius. Vanaf 13 maart vonden er kleine explosies plaats totdat de grote explosie plaatsvond op 18 maart 1944. De eruptie was vanuit Napels goed zichtbaar. De dorpen San Sebastiano al Vesuvio, Massa di Somma, Ottaviano en een deel van San Giorgio a Cremano werden zwaar getroffen. Vulkanische as beschadigde onder meer vliegtuigen op nabijgelegen militaire vliegvelden.

Foto van eruptie van Mount Vesuvius in maart 1944: de laatste eruptie van de Vesuvius tot op heden.
Foto van eruptie van Mount Vesuvius in maart 1944: de laatste eruptie van de Vesuvius tot op heden.

De vulkaan vertoont sinds de eruptie van 1944 geen activiteit meer. In de voorgaande paar eeuwen varieerden de rustperiodes tussen erupties van 18 maanden tot 8 jaar. De huidige rustperiode is de langste in bijna 500 jaar tijd. Hoewel het niet waarschijnlijk is dat Vesuvius in de nabije toekomst tot een eruptie komt, wordt het gevaar van toekomstige erupties gezien als heel groot. Dat komt omdat de vulkaan de neiging heeft naar plotselinge, extreem explosieve erupties. En omdat de bevolkingsdichtheid op en rondom de vulkaan erg groot is.

Evacuatieplan bij eruptie Mount Vesuvius

Er is een noodplan voor evacuatie van circa 600.000 inwoners die in de rode zone wonen. Dit is een gebied met de hoogste kans op pyroclastische stromen. Het noodplan gaat ervan uit dat zo’n 14 tot 20 dagen voorafgaand aan de eruptie bekend wordt dat de vulkaan tot uitbarsting gaat komen. In geval van evacuatie wordt gebruik gemaakt van treinen, bussen, auto’s en veerboten. De evacuatie zou tussen twee en drie dagen moeten duren. Autoriteiten stimuleren het verlagen van de bevolkingsdichtheid en beperken de bouw in risicogebieden om de evacuaties sneller en veiliger te laten verlopen.

Voorspellen eruptie Mount Vesuvius

De vulkaan Vesuvius wordt intensief bewaakt door de Osservatorio Vesuvio, onderdeel van het Italiaanse vulkanologische netwerk. Dat werkt met seismische, gravimetrische, GPS- en gasanalyses, gericht op het vroegtijdig detecteren van vulkanische activiteit. De vulkaan is momenteel geclassificeerd op een laag activiteitsniveau, met kleine aardbevingen die gerelateerd zijn aan rotsbewegingen in het kratergebied.

​Landschap, vruchtbaarheid en Campaniaanse arc

De hellingen van Vesuvius en de omliggende Campaniaanse vulkanische boog staan bekend om hun vruchtbare bodems. Daardoor heeft het gebied zich ontwikkeld tot één van de meest productieve landbouwregio’s van Italië. Wijngaarden, boomgaarden en agrarische terrassen profiteren van de mineraalrijke vulkanische grond, die gunstig is voor onder meer wijnbouw en teelt van fruit en groenten.

Vesuvius Nationaal park en toerisme

Het gebied rondom Vesuvius is op 5 juni 1995 officieel tot nationaal park verklaard. De top van de Vesuvius is open voor bezoekers en er is een klein netwerk van paden rondom de berg. Mount Vesuvius kan over de weg bereikt worden tot een afstand van 200 meter van de top. Daarna is alleen toegang te voet mogelijk. Er is een spiraalvormig pad rondom de vulkaan om van de weg naar de krater te komen.

Pompeii, onderdeel van het Vesuvius National Park, trekt jaarlijks meer dan 2,5 miljoen toeristen. Daarmee is het één van de populairste toeristische bestemmingen van Italië. Pompeii staat sinds 1997 op de werelderfgoed lijst van UNESCO. En biedt een unieke kijk in het Romeinse leven vlak voor de uitbarsting.

Voor veel bezoekers vormt een gecombineerde excursie naar de krater van Vesuvius en de archeologische opgravingen van Pompeii en Herculaneum een kernonderdeel van een verblijf in de regio Napels.

Straat in Pompeï, open voor toerisme.
Straat in Pompeï, open voor toerisme.
Bronnen
  1. Giacomelli, L., Perrotta, A., Scandone, R., Scarpati, C., The eruption
    of Vesuvius of 79 AD and its impact on human environment in Pompei,
    Episodes 26, September 2003.

Andere artikelen die je misschien interessant vindt: