Rijstvelden voor vulkaan in Centraal-Java, Indonesië.

De beste informatie over vulkanen in het Nederlands

Erosie

Onder invloed van verwering worden gesteenten aan het aardoppervlak vergruisd. Het losse materiaal dat ontstaat, is onderhevig aan erosie. Erosie is het opnemen en transporteren van materiaal en maakt onderdeel uit van de exogene processen. In het algemeen gaat erosie volgens menselijke maatstaven zeer langzaam. Zo langzaam, dat de erosie-snelheid nauwelijks te meten is. De erosie-snelheid verschilt bovendien van plaats tot plaats en van tijd tot tijd. Zonder erosie zou verweringspuin zich ophopen op de plaats waar het ontstaat. Het belangrijkste element bij erosie is transport, waardoor puin wordt afgevoerd.

Vier manieren waarop verweerd materiaal van nature getransporteerd wordt, zijn door beweging van:

De mens veroorzaakt ook transport van verweerd materiaal. Dit wordt ook wel antropogene erosie genoemd, en heeft waarschijnlijk een veel groter aandeel in het transport van verweerd materiaal, dan voorheen werd aangenomen. Ook dieren kunnen in geringe mate zorgen voor transport van verweerd materiaal.

Grand Canyon: als gevolg van watererosie is deze rotsformatie in de loop van miljoenen jaren tijd uitgeslepen.
Grand Canyon: als gevolg van watererosie is deze rotsformatie in de loop van miljoenen jaren tijd uitgeslepen.

Watererosie

Stromend water verandert het landschap voortdurend. Water kan losse gesteentefragmenten (sedimenten) optillen en daarbij eveneens een schurende werking uitoefenen op gesteenten.

Rivieren bannen zich een weg over het aardoppervlak, slijten hierbij dalen en kloven uit, en voeren sedimenten mee naar zee. De afstand waarover het sediment binnen een bepaalde tijd verplaatst wordt, hangt af van de grootte van het sediment en de sterkte van de stroming. Een bekend voorbeeld van een kloof die ontstaan is door een rivier, is de Grand Canyon in Arizona. De rivier de Colorado heeft in de loop van miljoenen jaren tijd het gesteente uitgelepen, waardoor een kloof onstond die op sommige plaatsen meer dan 1.600 meter diep is.

Ook zeewater is een belangrijke eroderende kracht: golven breken de kust en veranderen hierdoor de kustlijn. Daarbij creëren ze spectaculaire rotsformaties zoals grotten, steenbogen en pijlers. De 12 apostelen in Australië zijn een voorbeeld van de eroderende kracht van zeewater. Ooit maakten deze kalksteenblokken onderdeel uit van het vasteland, maar door invloed van een sterke waterstroming erodeerde het kalksteen eromheen. De twaalf apostelen zijn er echter geen twaalf, zoals de naam doet vermoeden, maar waren er negen. Totdat op 3 juli 2005 één apostel in zee stortte, waardoor er nu nog acht over zijn.

Foto van de 12 apostelen: rotsblokken van kalksteen voor de kust van Australië.
Foto van de 12 apostelen: rotsblokken van kalksteen voor de kust van Australië.

Winderosie

Bewegende lucht kan reusachtige hoeveelheden sediment meevoeren. Overal waar onvoldoende vegetatie of vocht is om bodemdeeltjes vast te houden, kunnen losse zandkorrels worden opgenomen en door de wind worden verplaatst.

Materiaal dat door de wind wordt meegevoerd kan gesteenten tot allerlei vormen modelleren. Een goed voorbeeld hiervan zijn windkeien (onderstaande figuur). Windkeien zijn stenen die gezandstraald zijn door kleine zanddeeltjes die door de wind worden meegevoerd.

Door los materiaal te verwijderen, stelt de wind gesteenten bloot aan verdere verwering en erosie. Het gevolg hiervan is dat landoppervlakken door deze twee processen actief worden veranderd. Ook indirect draag de wind bij aan erosie, zo wordt door de wind de kringloop van water instant gehouden. Wind veroorzaakt eveneens golven en zeestromingen. Zonder wind zou water dus veel minder erosie veroorzaken.

Windkei: gezandstraald door de wind in de loop van vele duizenden jaren tijd.
Windkei: gezandstraald door de wind in de loop van vele duizenden jaren tijd.

Glaciale erosie

Gletsjers ontstaan in gebieden waar het hele jaar door ijs en sneeuw ligt, en waar in de winter meer sneeuw valt, dan er in de zomer smelt. Momenteel bestaat 10% van het landoppervlak van de aarde uit dit permanente ijs dat het landschap actief erodeert. De hoeveelheid en omvang van gletsjers is constant in verandering en neemt de laatste jaren sterk af.

Foto van een gletsjer.
Foto van een gletsjer.

Tijdens de laatste ijstijd waren de gletsjers zo groot dat zelfs een groot gedeelte van Nederland bedekt was onder het ijs. Hiervan zijn in Nederland nog altijd veel invloeden te zien in het Nederlandse landschap. Voorbeelden zijn de stuwwallen van de Veluwe, de Utrechtse Heuvelrug, de Hondsrug, en de zwerfstenen die met het ijs vanuit Scandinavië kwamen en achterbleven in het Nederlandse landschap.

Een mengsel van ijs en stenen is een van de meest effectieve schuurmiddelen in de natuur. Het voortschrijdende ijs verwijdert los gesteentepuin en neemt dit in zich op, waardoor het onderliggende oppervlak wordt geschuurd en afgeschraapt, wat het landschap ingrijpend kan veranderen. De gevolgen die gletsjers hebben op het onderliggende gesteente worden pas zichtbaar wanneer het ijs gesmolten is.

Tot de klassieke producten van glaciale erosie behoren morenen (grote keien), de brede U-vormige dalen (zie onderstaande figuur) en de puinwaaiers van meegevoerd gesteente. Deze puinwaaiers zijn karakteristiek voor gletsjers, en geven de grens aan tot waar het ijs zich heeft verplaatst.

U-vormig dal uitgeslepen door de gletjer genaamd Aletschgletsjer in Zwitserland.
U-vormig dal uitgeslepen door de gletjer genaamd Aletschgletsjer in Zwitserland.

Zwaartekrachterosie (massabeweging)

Zwaartekrachterosie of massabeweging is de verplaatsing van gesteenten, aarde of modder langs een helling, veroorzaakt door de zwaartekracht. De verplaatsing is meestal sterk beïnvloed door de aanwezigheid van water. Massabeweging is een belangrijk deel van het erosieproces, omdat het materiaal verplaatst van hoge naar lage gebieden. Vervolgens kan het materiaal verder worden meegenomen door water, ijs of wind.

Massabeweging is een proces dat constant werkt op alle hellingen. Sommige massabewegingen gaan erg langzaam, terwijl anderen juist erg snel gaan. De grootste massabewegingen zijn het gevolg van de instorting van een vulkaan, zoals bij de uitbarsting van Mount St. Helens in 1980. Het resultaat van de beweging van steenmassa’s is vaak te zien als een puinhelling aan de voet van een steile rotswand of berg (zie onderstaande figuur). Voorbeelden van massabewegingen zijn: aardverschuivingen, lahars (ofwel modderstromen) en lawines.

Foto toont het resultaat van massabeweging van gesteente.
Foto toont het resultaat van massabeweging van gesteente.

Antropogene erosie

De laatste duizend jaar blijkt de mens voor een steeds toenemende erosie te zorgen. Daarbij gaat het met name om erosie die wordt veroorzaakt door de bouw en agrarische activiteiten. Uit onderzoek van Wilkinson, 2005 blijkt dat door de mens veroorzaakte erosie 5 tot 10 maal sneller plaatsvindt, dan de de erosiesnelheid in de afgelopen 542 miljoen jaar. Het snelle verdwijnen van de toplaag (met de vruchtbare bodem) kan er in de toekomst toe leiden dat het areaal aan vruchtbare grond op aarde drastisch zal verminderen.

Bronnen
  1. Wilkinson, B.H., 2005. Humans as geologic agents: a deep-time perspective

Andere artikelen die je misschien interessant vindt: