Een divergente plaatgrens (in de platentektoniek) is een grens tussen twee tektonische platen die van elkaar af bewegen. De meeste actieve divergente plaatgrenzen liggen op de bodem van de oceaan. Daar waar de platen uit elkaar drijven, komt er gesmolten gesteente (vloeibaar magma) omhoog als lava. Zodra dit over de zeebodem uitvloeit, stolt het bij contact met het oceaanwater en ontstaat oceanische korst. Naast vulkanisme vinden bij een divergente plaatgrens ook aardbevingen plaats. Maar deze zijn meestal minder heftig dan bij andere plaatgrenzen. Langs deze divergente plaatgrenzen wordt in een tempo van enkele centimeters per jaar nieuwe oceanische korst gevormt in een proces dat oceanische spreiding wordt genoemd.
Mid-oceanische ruggen
Door dit voortdurende proces van oceanische spreiding (als gevolg van divergente plaatgrenzen) ontstaat er een langgerekte onderwaterbergketen die we een mid-oceanische rug noemen. Deze bergketens kunnen boven het zeeniveau uitsteken, en vormen dan vulkanische eilanden. Mid-oceanische ruggen zijn gebieden met een grote vulkanische activiteit en veel ondiepe aardbevingen. Een bekend voorbeeld van een mid-oceanische rug is de Mid-Atlantische Rug. Deze loopt vrijwel geheel onder water van het noord- naar het zuidpoolgebied.
IJsland wordt doorsneden door een divergente plaatgrens, en is eigenlijk een deel van de Mid-Atlantische Rug dat boven zeeniveau uitsteekt. IJsland is dus een vulkanisch eiland. Op IJsland is het proces van de vorming van nieuwe aardkorst op het land op sommige plaatsen te zien. In geval van een eruptie stroomt het magma op deze plaatsen uit een spleet in de grond omhoog, uit zogenaamde spleetvulkanen. De vulkanische verschijnselen waar IJsland om bekend staat, trekken jaarlijks veel toeristen naar IJsland.
Een divergente plaatgrens kenmerkt zich door het omhoogkomen van magma en de vorming van nieuwe aardkorst. Wat een belangrijk proces is binnen de platentektoniek en de vernieuwing van het aardoppervlak.