Foto van Paricutín, een sintelkegel vulkaan in Mexico.

De beste informatie over vulkanen in het Nederlands

Een sintelkegel (ook bekend als scoria-kegel of slakkenkegel) is een relatief klein type vulkaan met een steile, kegelvormige structuur. Deze kegels zijn opgebouwd uit losse pyroclastische fragmenten, zoals vulkanische as, lapilli, sintels (scoria) en vulkanische bommen. Deze fragmenten hopen zich op rond de vulkaanopening en vormen zo een kegelvormige heuvel. Sintelkegels komen veel voor op de hellingen van grotere vulkanen of in vulkanische velden. Meestal hebben ze hellingen tussen 30° en 40°. Daarnaast hebben ze vaak een bijna cirkelvormige basis met een komvormige krater op de top.

De uitbarstingen zijn meestal van korte duur: enkele maanden tot enkele jaren. Waarbij soms een monogenetische vulkaan ontstaat, gevormd door een enkele uitbarsting.

Illustratie van een dwarsdoorsnede van een sintelkegel. Sintelkegels ontstaan als er geen grote lavastromen uit de vulkaan komen, maar enkel vulkanische as en vulkanisch gesteente. Zo vormt zich een vulkaan met zeer steile hellingen (steiler dan die van de stratovulkaan).
Illustratie van een dwarsdoorsnede van een sintelkegel. Sintelkegels ontstaan als er geen grote lavastromen uit de vulkaan komen, maar enkel vulkanische as en vulkanisch gesteente. Zo vormt zich een vulkaan met zeer steile hellingen (steiler dan die van de stratovulkaan).

Ontstaan

Sintelkegels ontstaan bij explosieve vulkanische erupties of lavafonteinen, wanneer met gas geladen magma met geweld de lucht in wordt geblazen. Het magma is vaak basaltisch tot andesitisch en heeft een vergelijkbare samenstelling als bij schildvulkanen. De hoge gasinhoud zorgt voor fragmentatie van het lavamateriaal. Dit fragmentaire pyroclastisch materiaal wordt als lapilli (fragmenten van 2 tot 64 millimeter) en scoria (zeer poreus, donker gekleurd pyroclastisch gesteente) de lucht in geslingerd. Waarna het in de lucht afkoelt en rondom de eruptie-opening neervalt. Waar het zich ophoopt tot een steile kegel. Sintelkegels groeien relatief snel en bereiken meestal hoogtes tussen 30 en 300 meter. Ze zijn vaak parasitair, wat betekent dat ze voorkomen op of nabij grotere schildvulkanen of stratovulkanen.

Sintelkegels komen voor in diverse vulkanische gebieden die samenhangen met verschillende typen plaatgrenzen. Ze ontstaan vaak op de hellingen van stratovulkanen en schildvulkanen bij convergente plaatgrenzen (subductiezones), waar explosief vulkanisme veel voorkomt. Daarnaast kunnen sintelkegels ook voorkomen in riftgebieden bij divergente plaatgrenzen, waar de aardkorst uitrekt en magma opstijgt. Ook intraplaatvulkanisme zoals hotspots kan sintelkegels vormen.

Kenmerken

Sintelkegels zijn herkenbaar aan hun steile hellingen, meestal tussen 30° en 40°, en een scherpe kegelvorm met een centrale krater. Ze zijn relatief klein, meestal niet groter dan 300 meter hoog en hebben een diameter van enkele honderden meters. De kegel kan in korte tijd snel groeien, soms in dagen tot weken. Vaak ontwikkelen zich meerdere kegels, doordat de eruptie-openingen verschuiven. De samenstelling bestaat vrijwel volledig uit vulkanisch puin, zoals sintels (ook wel scoria genoemd) en lapilli, die zich gelaagd ophopen.

Lapilli

Lapilli zijn vulkanische fragmenten met een grootte tussen 2 en 64 millimeter die tijdens explosieve erupties worden uitgeworpen. Ze liggen qua grootte tussen vulkanische as en grotere brokken zoals vulkanische bommen.

Scoria (sintels)

Scoria (sintels) zijn poreuze, vaak donkere en gasrijke vulkanische steentjes die ontstaan bij het stollen van gasrijk basaltisch magma. Ze zijn licht van gewicht door de vele holten en vormen een belangrijk bouwmateriaal van de sintelkegel.

Magma samenstelling

Het magma van sintelkegels is meestal mafisch (basaltisch) of intermediair (andesitisch) van samenstelling. Basaltisch magma bevat gemiddeld tussen 45% en 52% silica (SiOâ‚‚). Andesitisch magma heeft een iets hoger silica-gehalte, tussen ongeveer 52% en 63%. Dit verschil in silica-gehalte heeft direct invloed op de viscositeit van het magma. Zo heeft basaltisch magma een relatief lage viscositeit (en is dus erg vloeibaar), terwijl andesitisch magma een gemiddelde viscositeit heeft.

De temperatuur van basaltisch magma ligt normaal tussen 1.000 °C en 1.200 °C, die van andesitisch magma tussen 800 °C en 1.000 °C.

De concentratie opgeloste vulkanische gassen, waaronder waterdamp (H2O), kooldioxide (CO2) en zwaveldioxide (SO2), speelt een grote rol in het ontstaan van sintelkegels. Basaltisch magma heeft doorgaans een gasgehalte van 0,5% tot 2%. Terwijl andesitisch magma een relatief hoge gasinhoud kan hebben van ongeveer 3% tot 4%. Deze opgeloste gassen zetten uit wanneer het magma stijgt naar het oppervlak, waardoor druk opbouwt die leidt tot explosieve erupties.

Het hoge gasgehalte in combinatie met de viscositeit van andesitisch tot basaltisch magma veroorzaakt de fragmentatie van het magma in kleine stukjes, zoals lapilli en scoria. Deze zorgen vervolgens voor de opbouw van de karakteristieke steile kegel van de sintelkegel.

Bekende sintelkegels

Een bekende sintelkegel is de vulkaan Paricutín (Mexico), die spontaan ontstond midden in een korenveld in 1943. Deze vulkaan groeide snel uit tot een hoogte van bijna 100 meter. Een ander voorbeeld van een indrukwekkende sintelkegel is Sunset Crater (Arizona, VS) gevormd rond het jaar 1085 na Christus. Op de flanken van Mauna Kea en Stromboli zijn ook diverse sintelkegels gevormd.

Foto van Paricutín, een sintelkegel vulkaan in Mexico.
Foto van Paricutín, een sintelkegel vulkaan in Mexico.

Erupties

Sintelkegels barsten meestal slechts eenmaal uit. Ze hebben relatief korte, explosieve erupties waarbij pyroclastisch materiaal (zoals sintels, lapilli en vulkanische bommen) wordt uitgeworpen. De erupties zijn minder omvangrijk dan bij stratovulkanen en veroorzaken doorgaans alleen lokale schade door vallend gesteente en asregen. Deze vulkanen worden daarom als minder gevaarlijk beschouwd dan grote, langdurig actieve vulkanen.