Vulkanen komen in vele vormen en maten voor. Om vulkanen te kunnen classificeren worden zij binnen de vulkanologie ingedeeld in verschillende soorten vulkanen (ook wel vulkaan typen genoemd).
Wetenschappers kijken naar meerdere aspecten om vulkanen in te delen: de fysieke vorm van de vulkaan (bijvoorbeeld breed en vlak of steil en hoog), de chemische samenstelling van het magma (van laag tot hoog silica-gehalte), het eruptiegedrag (rustige lava-uitvloeiing of krachtige explosies), en de tektonische context (zoals hotspots, subductiezones of plaatrandbreuken). Al deze aspecten zijn met elkaar verbonden en beinvloeden elkaar. Zo heeft de tektonische context invloed op het type magma. Het type magma heeft op zijn beurt weer invloed op het eruptiegedrag. Vervolgens hebben al deze voorgaande aspecten invloed op de vorm van de vulkaan.
Verschillende combinaties van deze aspecten zijn de basis voor het bestaan van meerdere typen vulkanen. Sommige vulkanen vertonen gradaties en combinaties van verschillende van deze aspecten. Voor praktische en educatieve doeleinden is het gebruikelijk vulkanen in te delen in soorten vulkanen die het meest herkenbaar en onderscheidend zijn, gebaseerd op de vorm.
Overzicht soorten vulkanen
Vulkanen worden op basis van hun vorm ingedeeld in verschillende soorten vulkanen. Daarbij wordt onderscheid gemaakt tussen stratovulkanen (ook wel samengestelde vulkanen genoemd), schildvulkanen, spleetvulkanen, calderavulkanen, sintelkegels en koepelvulkanen.
Stratovulkaan
Stratovulkanen, ook wel samengestelde vulkanen genoemd, zijn hoge, steile vulkanen opgebouwd uit afwisselende lagen van lava, vulkanische as en vulkanisch puin. Deze vulkanen zijn bekend om hun explosieve erupties, veroorzaakt door stroperige, silica-rijke lava die gassen vasthoudt. Stratovulkanen komen vooral voor langs convertente plaatgrenzen bij subductiezones en zijn berucht vanwege hun krachtige uitbarstingen en gevaarlijke pyroclastische stromen. Ze onderscheiden zich duidelijk van andere vulkaantypes door hun gelaagde structuur en explosieve karakter.
Schildvulkaan
Schildvulkanen zijn breed en hebben flauwe hellingen, dankzij het uitlopen van dun vloeibare, basaltische lava met een laag silica-gehalte. Dit type vulkanen barsten meestal rustig uit, met effusieve erupties in tegenstelling tot de explosies van stratovulkanen. Schildvulkanen groeien langzaam en zijn groter in oppervlakte dan stratovulkanen. Een bekend voorbeeld van een schildvulkaan is Mauna Loa in Hawaï. De combinatie van vorm en eruptiestijl maakt schildvulkanen gemakkelijk herkenbaar.
Spleetvulkaan
Spleetvulkanen ontstaan wanneer lava via scheuren in de aardkorst omhoog komt, meestal bij divergente tektonische plaatgrenzen. Ze vormen geen typische kegelvorm, maar grote lavastromen. Het magma is doorgaans mafisch, waardoor de erupties rustig verlopen en langdurig aanwezig zijn. Spleetvulkanen zijn cruciaal voor het vormen van nieuwe oceanische korst. Dit type vulkaan onderscheidt zich door de ontbrekende eruptiekracht en het ontbreken van een klassieke vulkaankegel.
Caldera
Caldera’s kenmerken zich door hun enorme, diepe holte die ontstaat door het instorten van de geleegde magmakamer tijdens of na een superuitbarsting van meestal een stratovulkaan. Dit soort vulkaan stoot zeer grote hoeveelheden magma en vulkanische as uit, wat leidt tot grootschalige gevaren voor de omgeving en soms zelfs wereldwijde klimaateffecten. Calderavulkanen onderscheiden zich door hun vorm en kracht, die veel groter is dan die van andere stratovulkanen.
Lavakoepel
Lavakoepels (ook wel koepelvulkanen genoemd) ontstaan door ophoping van zeer viskeuze, silica-rijke lava die niet ver stroomt en zich opbouwt in dikke, bolle koepels met steile hellingen. Ze kunnen explosieve erupties veroorzaken door gasophoping. Lavakoepels zijn vergeleken met stratovulkanen vaak kleiner en komen veel voor bij en op stratovulkanen. Vanwege hun instabiliteit en explosieve karakter zijn lavakoepels een gevaarlijk verschijnsel. De lavakoepel in de krater van Mount St. Helens is een bekend voorbeeld.
Sintelkegel (Scoriakegel)
Sintelkegels zijn kleine, steile vulkanen opgebouwd uit vulkanisch puin (scoria). Ze ontstaan tijdens kortdurende explosieve erupties en hebben doorgaans een hoogte van enkele honderden meters. Ze verschillen van stratovulkanen door hun veel kleinere omvang en het losse karakter van hun gesteente. Sintelkegels kunnen parasitair voorkomen bij grotere vulkanen.
Wil je meer weten over een specifieke vulkaansoort? Bekijk dan de gedetailleerde artikelen per type vulkaan.
Soorten vulkanen
Wat je hier leert
Leer hier meer over de verschillende typen vulkanen. En hoe verschillen in de samenstelling van magma en het eruptietype leiden tot het ontstaan van verschillende soorten vulkanen met ieder een karakteristieke vorm.