Een IJsland-type eruptie (IJslandse eruptie) is een bijzonder eruptietype binnen de magmatische erupties. Deze wordt gekenmerkt door effusieve (niet-explosieve) basaltische lava-uitstromen vanuit langgerekte spleten. Erupties van dit type hebben een lage explosiviteit, meestal een Vulkanische Explosiviteitsindex (VEI) van 0 of 1. Dit eruptie-type vindt plaats bij divertente plaatgrenzen.
Naamgeving
De term “IJsland-type eruptie” (ook wel “IJslandse eruptie” genoemd) verwijst naar de erupties die typisch voorkomen op IJsland, een eiland op de Mid-Atlantische Rug. Wat de erupties in IJsland zo uniek maakt, is de combinatie van divergentie van tektonische platen met een onderliggende hotspot. Hierdoor ontstaat een gebied waar uitzonderlijk veel magma uit de aardmantel naar boven komt. Dit zorgt voor intense en langdurige vulkanische activiteit.
Magmasamenstelling
IJslandse erupties produceren mafische (basaltische) magma, dat laagviskeus is. Dit betekent dat de lava erg vloeibaar is, waardoor het over grote afstanden kan uitstromen in zogenaamde lavastromen. De basaltische samenstelling zorgt voor de beperkte explosiviteit van deze erupties.
Kenmerken van IJslandse erupties
Een IJsland-type eruptie (ook wel “IJslandse eruptie” genoemd) wordt vooral gekenmerkt door rustige, langdurige uitstromen van basaltische, vloeibare lava. De lava komt via lange spleten (spleetvulkanen) in de aardkorst naar het aardoppervlak, een proces dat spleetuitbarstingen wordt genoemd.
Dit type eruptie bouwt brede lavavelden en plateaus (vulkanische vlakten) en bedekt grote delen van het landoppervlak op IJsland. In tegenstelling tot veel andere vulkanische erupties, is explosiviteit bij deze erupties meestal gering of afwezig. Zo zijn er geen hoge eruptiekolommen of grote aswolken.
Eruptieduur
De vulkanische activiteit kan weken, maanden of zelfs jaren aanhouden. IJslandse erupties verlopen vaak in cycli, met rustperiodes afgewisseld door actieve erupties. Waarbij langzaam nieuwe delen van het landschap worden bedekt met gestolde lava.
Geologische context
IJslandse erupties vinden plaats op de Mid-Atlantische Rug (een mid-oceanische rug). Daar bewegen de Euraziatische en Noord-Amerikaanse platen langzaam uit elkaar. Door het langzaam uitrekken en breken van de aardkorst op de divergentiezone ontstaan voortdurend nieuwe, lange spleten in de aardkorst. De combinatie van divergentie (uit elkaar bewegen van platen) en de hotspot onder het zuidoosten van IJsland zorgen hier voor een uitzonderlijk hoge magmaproductie. Hierdoor kan de magma, zonder veel weerstand te ondervinden, naar boven stromen.
Veel van de vulkanen in IJsland zijn deels bedekt door gletsjers of liggen in de nabijheid van watermassa’s. Wanneer magma in contact komt met water of ijs, kan dit leiden tot explosieve freatomagmatische erupties. Ook kunnen hierdoor plotselinge ijssmeltwater-overstromingen (jökulhlaups) ontstaan.
Bekende erupties
Een beroemde uitbarsting van het IJsland-type eruptie is de uitbarsting van de Laki-spleet (1783-1784) in IJsland. Bij deze uitbarsting werden enorme hoeveelheden lava (via grote effusieve lavastromen) en vulkanische gassen uitgestoten. Deze eruptie leidde tot wereldwijde klimaateffecten.
Een recentere uitbarsting van het IJslandse eruptietype is die van Fagradalsfjall (2021–2023) op het IJslandse schiereiland Reykjanes. Dit gebied vertoonde meerdere erupties via spleten, met constante lavastromen en minimale explosieve activiteit.
Gevaren
IJslandse erupties zijn vaak minder explosief dan andere eruptietypes. Toch kunnen de lavastromen grote schade aanrichten aan infrastructuur en landbouw. Vanwege hun relatief voorspelbare en rustige aard zijn erupties van dit type goed te monitoren en kunnen evacuaties tijdig plaatsvinden.
Het risico van freatomagmatische explosies en plotselinge ijssmeltwater-overstromingen vormt een extra gevaar in dit gebied.