Een transforme plaatgrens (in de platentektoniek) is een grens tussen twee tektonische platen die langs elkaar schuiven. Bij transforme plaatgrenzen is vulkanische activiteit zeldzaam. Aardbevingen zijn hier echter frequent door spanningsopbouw.
Bij een transforme plaatgrens gaat de beweging tussen de tektonische platen over het algemeen niet soepel. De convectiestroming onder de tektonische platen veroorzaakt het verplaatsen van de bovenliggende platen. Tektonische platen kunnen echter niet volledig vrij bewegen op de convectiestroming. De randen van deze platen zitten namelijk vast tegen de omliggende platen, wat wrijving veroorzaakt.
Wrijving tussen de platen zorgt ervoor dat platen in de basis op hun plaats blijven liggen. De convectiestroming veroorzaakt een kracht die de platen ten opzichte van elkaar in beweging kan brengen. Er bouwt zich dus energie op tussen de plaatgrenzen als gevolg van deze twee processen die elkaar tegenwerken. Wanneer de opgebouwde energie groot genoeg is om de wrijvingskracht te overwinnen, vindt er plotseling een ontlading van energie plaats. Zo´n moment waarop de energie plotseling vrijkomt noemen we een aardbeving. Een voorbeeld van een plaats waar horizontale beweging van platen voorkomt, is de San Andreas breuk in Californië. In dit gebied komen ook regelmatig aardbevingen voor.
Transforme plaatgrenzen worden gekenmerkt door ondiepe aardbevingen in een smalle zone langs de breuk. Of in een brede zone, als er sprake is van meerdere bij elkaar liggende breuken. Bij transforme plaatgrenzen schuiven tektonische platen langs elkaar zonder significant vulkanisme, maar met een verhoogde seismische activiteit.