Uitbarstende vulkaan Fagradalsfjall in IJsland.

De beste informatie over vulkanen in het Nederlands

Aardmantel

De aardmantel is een gesteentelaag tussen de aardkorst en de buitenste kern. De mantel maakt zo’n tweederde van de massa van de aarde uit. Het heeft een dikte van 2.900 kilometer. Daarmee heeft het een dikte die ongeveer 46% van de straal van de aarde beslaat. Het volume van de mantel beslaat 84% van het totale volume van de aarde. De aardmantel is overwegend vast, maar op geologische tijdschalen gedraagt het zich als een zeer stroperige vloeistof.

Deze illustratie toont een doorsnede van de aarde, waarbij de verschillende concentrische lagen aardkorst, aardmantel en aardkern worden beschreven.
Deze illustratie toont een doorsnede van de aarde, waarbij de verschillende concentrische lagen aardkorst, aardmantel en aardkern worden beschreven.

Chemische samenstelling

De chemische samenstelling van de mantel is moeilijk met zekerheid te bepalen, omdat deze grotendeels ontoegankelijk is. Zover bekend bestaat veruit het grootste gedeelte van de aardmantel uit SiO2 (siliciumdioxide of silica) en MgO (magnesium oxide).

De samenstelling van de mantel is in de loop van de geschiedenis van de aarde veranderd. Dit gebeurde als gevolg van de extractie van magma dat stolde om oceanische korst en continentale korst te vormen.

Temperatuur en druk

Temperaturen in de aardmantel variëren enorm afhankelijk van de diepte. Zo is de temperatuur aan de bovengrens met de aardkorst ongeveer 230 °C. Terwijl de temperatuur aan de grens tussen de aardkern en de aardmantel oploopt tot ongeveer 3.900 °C. De temperatuur van de aardmantel neemt snel toe in de thermische grenslagen aan de boven- en onderkant van de mantel en neemt meer geleidelijk toe door het inwendige van de mantel.

Naast een opbouw van temperatuur vindt er ook een opbouw van druk plaats naarmate dieper in de aardmantel. Zo neemt de druk in de mantel toe van een paar honderd megapascal (MPa) bij de grens met de aardkorst tot 139 GPa bij de grens tussen aardkern en aardmantel.

De aardmantel is vrijwel uitsluitend vast. Dit komt omdat de hoge druk die daar heerst het smelten van de aardmantel voorkomt. De temperatuur waarbij de aardkorst begint te smelten (ongeveer 1.200 °C aan de grens met de aardkorst) neemt toe met de druk. Of anders gezegt, naarmate de druk dieper in de mantel toeneemt, neemt ook de smelttemperatuur van de mantel toe.

Bewegingen

In de aardmantel vindt er een convectiestroming plaats. Deze convectiestrominig ontstaat vanwege het temperatuurverschil tussen het aardoppervlak en de buitenkern en de stroperige consistentie van het mantelgesteente. Heet materiaal stijgt op (in een mantelpluim) terwijl koeler (en zwaarder) materiaal naar beneden zakt. Neerwaartse beweging van materiaal vindt plaats bij convergente plaatgrenzen die subductiezones worden genoemd. Locaties aan het oppervlak die boven mantelpluimen liggen vertonen hotspot vulkanisme.

Andere artikelen die je misschien interessant vindt: