Een Hawaï-type eruptie (Hawaïaanse eruptie) is één van de rustigste eruptietypes binnen de magmatische erupties. Deze erupties worden gekenmerkt door het effusief, dus rustig en gestaag uitstomen van zeer vloeibare, basaltische lava met een laag gasgehalte. Ze hebben een lage explosiviteit, meestal een vulkanische explosiviteitsindex (VEI) van 0 of 1.
De lava stroomt vaak in brede, lange lavastromen de vulkaanhelling af en bouwt zo langzaam grote, flauw hellende vulkanen op. Dit eruptietype vindt vooral plaats bij schildvulkanen zoals Kīlauea en Mauna Loa op de Hawaiïaanse eilanden.
Naamgeving
De term “Hawaï-type eruptie” (ook wel “Hawaïaanse eruptie” genoemd) verwijst naar de geografische regio waar dit type eruptie prominent voorkomt. Namelijk de Hawaïaanse eilanden.
Magmasamenstelling
Het magma dat bij een Hawaï-type eruptie vrijkomt, heeft een laag silica-gehalte (voornamelijk basaltisch van samenstelling). Dit lage silica-gehalte zorgt ervoor dat het magma een lage viscositeit heeft, wat betekent dat het zeer vloeibaar is. Hierdoor kan de lava gemakkelijk en snel uitstromen. Het magma bevat ook relatief weinig opgeloste gassen. Dit lage gasgehalte, gecombineerd met de vloeibaarheid van het magma, maakt het mogelijk dat gassen gemakkelijk kunnen ontsnappen. Waardoor erupties niet-explosief verlopen.
Kenmerken van Hawaïaanse erupties
Een Hawaï-type eruptie wordt vooral gekenmerkt door het rustige, effusieve uitstromen van zeer vloeibare basaltische lava met een lage viscositeit. Deze lava-uitstroom kan ontstaan langs zowel centrale ventilatieopeningen als lange spleten (riftzones) aan de flanken van de vulkaan.
Hawaïaanse erupties beginnen meestal met plaatselijke aardbevingen en scheurvorming in de aardkorst. Gevolgd door indrukwekkende lavafonteinen die tientallen tot soms wel honderden meters hoog reiken. Vervolgens kunnen zich ʻaʻā of pāhoehoe-achtige lavastromen vormen.
De vloeibare lava is doorgaans zeer heet en stroomt gemakkelijk en snel. Waardoor deze brede, uitgestrekte lavavelden en typische schildvormige vulkanen vormt met een vlakke vulkaankegel (schildvulkanen). Voorbeelden hiervan zijn de Kīlauea en Mauna Loa op Hawaï.
In tegenstelling tot meer explosieve eruptietypen, is de explosiviteit bij Hawaïaanse erupties beperkt. Dit komt omdat opgeloste gassen relatief makkelijk uit het magma kunnen ontsnappen zonder grote druk op te bouwen. Er is weinig vulkanische as, puimsteen of gasproductie en er ontstaan geen hoge eruptiekolommen.
Eruptieduur
Hawaïaanse erupties kunnen langdurig zijn en variëren van enkele weken tot zelfs decennia, vaak met aanhoudende of cyclische lavastromen. Zo duurde de uitbarsting van Puʻu ʻŌʻō op Kīlauea meer dan dertig jaar.
Geologische context
Hawaïaanse erupties komen vooral voor bij schildvulkanen die boven een mantelhotspot liggen. Hier stijgt heet basaltisch magma vanuit de aardmantel op naar het aardoppervlak. De aanwezigheid van een hotspot leidt hier tot een hoge output van basaltisch magma, waardoor grote schildvulkanen ontstaan. Bekende voorbeelden zijn Kīlauea en Mauna Loa op de Hawaiiaanse eilanden.
Bekende Hawaïaanse erupties
Kīlauea is één van de meest actieve vulkanen ter wereld. Deze vulkaan kent een lange geschiedenis van continue lavastromen en voorspelbare en relatief veilige erupties. Een andere vulkaan waarvan de uitbarstingen verlopen als Hawaïaanse erupties is de Mauna Loa. Dit is de grootste vulkaan op aarde qua volume. Mauna Loa is ook bekend om zijn enorme, uitgestrekte lavastromen die grote delen van het eiland bedekken.
Vulkanische gevaren
Een Hawaï-type eruptie is meestal minder gevaarlijk dan andere eruptietypes. Dit komt omdat dit type eruptie meestal minder explosief verloopt. De lavastromen verlopen over het algemeen ook langzaam. Toch kunnen lavastromen huizen, wegen en natuur beschadigen en het landschap ingrijpend veranderen. Andere gevaren van dit type eruptie zijn het instorten van lavabanken (dikke lagen van gestolde lava die is uitgevloeid en afgekoeld), de uitstoot van (giftige) vulkanische gassen zoals koolstofdioxide (CO2) en stoomexplosies die ontstaan bij contact van lava met (oceaan)water.
De relatief lage viscositeit van het lava zorgt ervoor dat het gemakkelijk stroomt en er zich geen grote aswolken vormen. Deze lagere asuitstoot leidt tot minder effecten voor luchtverkeer en klimaat.