Geologie is een tak van de natuurwetenschap die zich bezighoudt met de aarde, de gesteenten waaruit de aarde is opgebouwd en de processen waardoor deze in de loop van de tijd veranderen. Dit vakgebied bestudeert natuurlijke fenomenen zoals aardbevingen, vulkanisme en de vorming van landschappen. Ook kent het praktische toepassingen zoals de winning van grondstoffen en milieubeheer. Geologie verbindt het verleden van de aarde (4,6 miljard jaar geschiedenis) met haar huidige vorm en de processen die haar toekomst bepalen.
De aarde bestaat uit drie concentrische aardlagen: de aardkorst, de aardmantel en de aardkern. De buitenste laag, de aardkorst, is verdeeld in grote tektonische platen die voortdurend in beweging zijn. Deze beweging, aangedreven door convectiestromen in de onderliggende aardmantel, wordt verklaard door platentektoniek en is verantwoordelijk voor het ontstaan van bergketens, aardbevingen en vulkanen.
Geologische processen
De studie van de vormen van het aardoppervlak en de processen die deze vormen valt binnen de geologie onder de geomorfologie. Geologische processen worden daarin onderverdeeld in endogene en exogene processen.
Endogene processen vinden plaats binnen de aarde en omvatten bewegingen van de aardplaten, vulkanisch activiteit en metamorfe transformaties van gesteenten door druk en temperatuur. Deze processen zijn verantwoordelijk voor de opbouw en verandering van de aardkorst.
Exogene processen vinden aan het aardoppervlak plaats en omvatten de gevolgen van weer, klimaat en water. Exogene processen kunnen weer worden onderverdeel in verwering, erosie en sedimentatie. Deze processen vormen het landschap door het afbreken en herverdelen van materialen.
Geologische tijdschaal en stratigrafie
Een belangrijk aspect van de geologie is het bestuderen van de geologische tijd. Daarbij probeert men de geschiedenis van de aarde te reconstrueren aan de hand van gesteentelagen. De studie van deze lagen (strata) wordt ook wel stratigrafie genoemd. Het bestuderen van deze aardlagen maakt het mogelijk om gebeurtenissen chronologisch te ordenen en inzicht te krijgen in de ontwikkeling van het leven en het klimaat op aarde.
Door fossielen en dateringstechnieken hebben geologen vastgesteld dat de aarde ongeveer 4,6 miljard jaar oud is. Gedurende deze tijd heeft de aarde vele veranderingen ondergaan, zoals het vormen van continenten, massale uitstervingen, ijstijden en klimaatveranderingen.
Vulkanisme en aardbevingen
Vulkanisme vindt plaats wanneer gesmolten gesteente (magma) vanuit de mantel naar het oppervlak stijgt en is nauw verbonden met plaatgrenzen, vooral bij subductiezones en mid-oceanische ruggen. Aardbevingen zijn het gevolg van het plotselinge vrijkomen van energie door het verschuiven van tektonische platen langs breukvlakken. Beide fenomenen zijn directe uitingen van de krachten die diep in de aarde actief zijn.




